Onze Groep

Waterscouting Kaŝtanujo in Gouda is een van de twee scoutinggroepen voor meiden in Nederland, en dan ook nog de oudste. Onze groep geeft haar jeugdleden een onvergetelijke tijd met leerzame, verrassende, leuke en gezellige activiteiten. Dit gebeurt op zaterdagen en tijdens kampen zeilend op het water en op ons eigen grote terrein. De groep bestaat uit twee zogeheten speltakken (leeftijdsgroepen) en dat zijn de shanti-welpen (7-11jaar) en de waterpadvindsters (11-15 jaar). We zitten op hetzelfde terrein met een jongensgroep, de Cornelis de Houtman. We organiseren veel activiteiten samen. In het 15elevensjaar komen de jongens en meiden samen bij een speltak.

Locatie

Ons clubgebouw en onze boten liggen tussen het prachtige natuurgebied de Reeuwijkse Plassen en het recreatieterrein het Goudse Hout. Samen met het grote veld bij ons gebouw biedt het veel mogelijkheden om te zeilen, te spelen en avonturen te beleven op het water, in het bos en in de natuur.

Geschiedenis

De Kaŝtanujo is in de jaren 30 opgericht. De oprichters vergaderden buiten en dachten na over een groepsnaam. Een van hen had een voorliefde voor Esperanto, een taal speciaal ontworpen om mensen uit verschillende culturen met elkaar te laten communiceren. Toen zij omhoog keek en de kastanjeboom zag waaronder zij vergaderden, schoot haar de Esperanto-vertaling voor deze boom binnen: Kaŝtanujo mét een dakje op de s. En zo geschiedde…

Voor de oorlog

In 1930 werd “Groep één” opgericht in Gouda, waar mevrouw Kortenoever vanaf 1932 leiding aan geeft. Zij was toen 18 jaar. In 1932 werd de Gaarlandtgroep opgericht, voor fabrieks- en arbeiders meisjes, maar door leiding gebrek was deze groep geen lang leven beschoren. In september 1932 werd de groep al opgeheven. De enkele meisjes die overbleven kwamen samen als een ronde bij “Groep één”. In 1932 werd een watergroep opgericht, die ook niet lang bestond. Hier bleef een meisje van over, Riny Leefsma, die ook naar “Groep één” ging.

16 mei 1934 werd “Groep één” omgedoopt tot Kaŝtanujogroep. Kaŝtanujo betekent Kastanjeboom in het Esperanto en die taal  stond in die jaren erg in de belangstelling. Mevr.  Kortenoever had wat kennis van het Esperanto. De naamgeving vond plaats onder de Kastanjeboom in de tuin van het ouderlijk huis van mevr. Kortenoever aan de Fluwelensingel. De naamdag werd elk jaar gevierd. Dit jaar wordt ook besloten om zo snel mogelijk tenten te regelen voor kampen.

In 1938 werd de groep gesplitst in een landgroep en een watergroep. De watergroep wordt tot Houtmangroep gedoopt. De watergroep kreeg een landje aan de plas tot haar beschikking. De landgroep kwam op de zolder van het kazerne gebouw bijeen.

De oorlog

In 1940 werd de padvinderij verboden, de groep werd ontmanteld en haar bezittingen moesten worden ingeleverd. De tenten zij de hele oorlog onvindbaar gebleven, maar kwamen na de oorlog gelukkig weer boven water. Na de oorlog werd in Reeuwijk een leidsterskamp gehouden om de heroprichting van de groepen te organiseren. De watergroep van mevrouw Kortenoever werd heropgericht en Greet Bokhoven-Hulleman werd leidster. Ook de landelijke koepel organisatie, het Nederlands Padvindsters Gilde  (NPG) werd heropgericht. Er vinden rondeleidsters trainingen plaats in Ommen (1948) en bij de padvindersband wordt een meisjes band opgericht.

De jaren vijftig

In 1952 heeft de Kaŝtanujogroep twee watervendels: IVAG (Ik vind alles goed) en Brezowajko (Breng zon waar je komt). Er zijn samen 30 leden. Een jaar later organiseren de Kaŝtanujogroep en de Cornelis de Houtman groep voor het eerst samen het padvindstersbal in Kunstmin. Het doel was om geld te verdienen. Leiding te kort was ook toen een onderwerp wat aangestipt werd en er bood zich spontaan iemand uit het publiek aan voor deze taak. In februari 1953 meldt het logboek van de Kaŝtanujogroep/ IVAG vendel dat ze 23 jaar bestaan.

Plashuisje

De ouders van Alie Leest-Bouwmeester stellen in februari 1953 hun plashuis aan de (verlengde) Groene Ree beschikbaar voor de Kaŝtanujogroep : “Het is 3 bij 4 meter groot en staat op een stuk land van 45 bij 45 meter” aldus het programma schrift van de Kaŝtanujogroep/ IVAG vendel. Het werd op 2 mei geopend. Er werden kano’s opgeknapt en soms ook boten gehuurd. In de winter vonden de opkomsten plaats in de Peperstraat. De kabouters kwamen altijd op dit adres samen. ’s Zomers slapen de padvindsters ook regelmatig bij het plashuisje. ’s Nachts kwam ook de leiding er slapen, maar ze bemoeiden zich dan niet met het programma. In 1954 mag Anneke Mans als hoogste vertegenwoordiger van Zuid Holland naar de wereld conferentie in Woudschoten.

In 1957 vindt de landelijke herdenking van 25 jaar waterwerk in Gouda plaats in jeugdherberg “de Waterhaan” aan de  ’s Gravenbroekseweg in Sluipwijk. Het gebruik van het plashuis stopte in 1959, maar in 1960 wordt er een stukje grond aan de Twaalfmorgen/ hoek Vlietdijk gevonden.

In 1961 bestaat de Kaŝtanujo 30 jaar en de Cornelis de Houtman 15 jaar (25 maart 1961). Samen organiseren ze een showavond. De eerste eigen boot van de Kaŝtanujo heet “Ojunatsak” (het omgekeerde van Kaŝtanujo). In 1961 verkoopt de Cornelis de Houtman loten om een nieuw clubhuis te kunnen bouwen. In 1965 neemt deze groep hun oude clubhuis van de Bodegraafsestraatweg mee naar de Platteweg. In de jaren daarna worden hier een troeplokaal, een botenloods en een bouwkeet gezet.

In 1968 wordt de eerste waterpadvindstersgroep (opgericht in 1932), de “Gemma Galganigroep” opgeheven omdat hun huurcontract niet wordt verlengd. De leden van deze groep komen naar de Kaŝtanujogroep. Ze namen twee roeivletjes mee. Hilda van der Kemp is dan leidinglid van de  Kaŝtanujo en Marian Bakker (van de Berg) was Gemma Galganilid.

Eigen terrein

Juni 1968 heeft de groep de beschikking over een stuk grond aan de Platteweg. Er worden twee lelievletten besteld door het bestuur en er komt een directiewagen als clubhuis. De boten arriveren in oktober; Poseidon 480 en Aeolus 481. Ondertussen zijn de welpen van de Cornelis de Houtman naar de Platteweg verhuisd zodat de kabouters van Jeruzalemstraat 11- 2 hoog naar 1 hoog konden verhuizen. In 1969 zijn er twee directiewagens; een voor de opkomsten en een voor het materiaal.

Huidige clubhuis

Bij de Kaŝtanujo worden twee lelievletten worden aangeschaft: de Aphrodite 747 en de Ino 794.

In 1980 worden de directiewagens, in de wandeling “de woonwagens” genoemd gesloopt, net als de bouwkeet van de Cornelis de Houtmangroep, om plaats te maken voor de bouw van het stamlokaal van de Cornelis de Houtman en het clubhuis voor de padvindsters. De padvindsters draaien tijdelijk bij de troep tot ze in 1981 ook een eigen clubhuis krijgen op de plek waar het op dit moment nog staat.

In 1984 wordt de Najade 1141 aangeschaft. De eerste “sleper“ “Het kratje” kreeg de groep van iemand die aan de plas woonde. Het was een overnaadse sloep met een motor er in. In 1991 bouwde Erik Haxe de huidige sleper: de Surya.